Le tir précision



Het karakter

Deze sport vraagt van de speler een zeer hoge mate van concentratie, inschattingsvermogen en precisie.

Het wedstrijdreglement

Bij deze wedstrijd wordt per ploeg n speler ingezet. De spelers gooien om de beurt op n doel, geplaatst op een mat en genummerd 1 tot en met 11 (heren). De witte boules of buts zijn de doelen. De rode boules of buts zijn obstakels. De worp is geldig als het geraakte doel blijvend van zijn plaats is. Het obstakel moet op zijn plaats blijven. Elke goede worp levert een internationaal bepaald aantal punten op, afhankelijk van de aan het worpnummer gerelateerde moeilijkheidsgraad.

De aanloop- en werptechniek

De worp begint met een aanloop. Er vanuit gaande dat een speler met de rechterhand werpt, bestaat de worp uit de volgende zes passen vanaf de afsluitende lijn:
- Bij de worp houdt de werper zijn blik geconcentreerd op het doel.
- De eerste kleine pas is met het linkerbeen; de rechterhand houdt de boule ontspannen laag voor het lichaam. De linkerarm zwaait in een ontspannen beweging enigszins naar achteren.
- De tweede pas is duidelijk groter. De voet komt tot op ca. 15 cm voor de tweede lijn op de grond. De linkerarm zwaait natuurlijk mee naar voren. De rechterhand houdt de boule nu meer naast voor het lichaam. Het lichaam buigt hiervoor naar voren.
- Bij de derde pas wordt zeker een meter overbrugd tot over 1 meter na de tweede lijn. De rechterarm zwaait onnatuurlijk half langs het lichaam met het rechterbeen mee naar achteren. De linkerarm gaat mee naar achteren om draaiing van de schouders te voorkomen.
- De vierde pas rechts is ook groot en komt in de buurt van de helft van het 5-meter-vak. Sommige spelers hebben vanaf de vierde pas hogere zweefmomenten. De knien blijven enigszins gebogen. De rechterarm blijft naar achteren zwaaien. Bij andere spelers wordt nu pas de worpzwaai met de rechterarm ingezet. De linkerarm zwaait weer naar voren. Het lichaam blijft voorover gebogen.
- De vijfde pas links heeft volle kracht en overbrugt 1,5 meter en reikt tot 1 1,5 meter voor de voetlijn. Beide armen en vooral de rechter werparm worden nu ver naar achteren omhoog doorgetrokken. Bij het neerzetten van de linkervoet begint de worpzwaai van de rechterarm. De linkerarm komt er vlak achteraan.
- Als de hak van de rechtervoet bij de zesde pas de grond raakt is de rechterarm achter horizontaal. De rechtervoet staat vr of op de voetlijn.
- Bij de zevende pas is het moment dat de linkervoet de rechter passeert, de rechterarm verticaal naar beneden in zijn zwaai. De linkerarm is onderweg horizontaal naar achteren. Het standbeen is nog steeds geknikt de speler brengt zijn lichaam over het evenwichtspunt naar voren en strekt zijn lichaam helemaal naar voren, de rechterarm naar voren gestrekt en de linker naar achteren gestrekt, het standbeen met kracht gestrekt, zodat bij het loslaten van de boule een krachtige maar constante strekking naar voren van het hele lichaam voor een krachtige en op n punt gerichte worp kan zorgen. Sommige spelers verlengen de strekking met een sterk voorwaarts gerichte sprong. Vlak voordat de linkervoet de grond raakt dient de boule gelanceerd te zijn.
- De speler komt ontspannen doorlopend tot stilstand.

Winnen

Degene met de meeste punten wint.
Het wereldrecord bij de vrouwen staat sinds 3 oktober 2004 op naam van de Franaise Sonia Bruniaux. Zij scoorde in Lyon (Frankrijk) 35 punten.
Het wereldrecord bij de mannen staat sinds 2 december 2006 op naam van de Fransman Yann Devise. Hij scoorde in St. Vulbas (Frankrijk) 38 punten. Dit record evenaarde de Fransman Olivier Cincotti op 10 maart 2007 in Dives sur mer (Frankrijk).

Klik op deze regel om een video over Le tir de precision te zien.

Klik op deze regel om een andere video over Le tir de precision te zien.